Verslag netwerkbijeenkomst Mentaal Gezond Zuid-Limburg, thema 'Van ego naar ecosysteem'
Terugblik netwerkbijeenkomst Mentaal Gezond Zuid-Limburg
3 september 2026 | Out Of The Box, Sittard
Van losse initiatieven naar een verbonden netwerk
Hoe zorgen we ervoor dat inwoners in Zuid-Limburg makkelijker de weg vinden naar passende ondersteuning voor hun mentale gezondheid? En hoe benutten we beter wat er in onze regio al is?
Met die vragen kwamen op 3 september medewerkers van netwerkpartners, ervaringsdeskundigen en andere betrokkenen bij elkaar tijdens de netwerkbijeenkomst van Mentaal Gezond Zuid-Limburg, georganiseerd door het projectteam (familie en naasten) ervaringsdeskundigheid. Onder leiding van dagvoorzitters Michiel Verheul en Sandra Schumans stond de middag in het teken van ontmoeten, ervaringen delen en onderzoeken wat nodig is om formele en informele ondersteuning, ervaringsdeskundigheid, familie en naasten en borging beter met elkaar te verbinden.
Centraal stond steeds het perspectief van de inwoner. Niet: welke organisatie biedt wat? Maar: waar kan ik terecht als ik ondersteuning nodig heb?
Suzanne Koperberg en Michiel Verheul openden het inhoudelijke programma met de achtergrond van de samenwerking binnen Mentaal Gezond Zuid-Limburg en de gezamenlijke droom die is ontstaan vanuit de herstelreis van de inwoner. Suzanne deelde daarbij ook de opbrengsten van eerdere inwonersbijeenkomsten. Een belangrijk uitgangspunt: een week telt 168 uur en herstel vindt voor een groot deel buiten de spreekkamer plaats.
Mentale gezondheid is daarmee niet alleen een vraagstuk van professionele zorg. Juist in het dagelijks leven, in contact met anderen en op laagdrempelige plekken liggen mogelijkheden voor herstel. De Herstelacademie werd daarbij genoemd als een plek voor ontmoeting en verbinding: niet om bestaand aanbod over te nemen, maar om het te versterken en met elkaar te verbinden.
Daarmee lag meteen een belangrijke vraag op tafel: er is al veel, maar weet de inwoner het ook te vinden?
Van ego naar ecosysteem
Vervolgens nam Sonja Visser, directeur van de Nederlandse Vereniging van Zelfregie en Herstel (NVZH), de deelnemers mee in haar verhaal over de kracht van (familie-)ervaringsdeskundigheid, herstelinitiatieven en laagdrempelige steunpunten. Sonja heeft een lange staat van dienst binnen de beweging van zelfregie en herstel. Ze stond mede aan de basis van Stichting Zelfregie in Noord- en Midden-Limburg en zet zich nu landelijk in voor de positie van zelfregie- en herstelorganisaties.
Haar verhaal gaf een breder kader aan de centrale beweging van de middag: van ego naar ecosysteem. Herstel beperkt zich niet tot professionele behandeling of één organisatie. Zelfregie- en herstelorganisaties vertrekken vanuit gelijkwaardigheid, wederkerigheid en ervaringskennis en bevinden zich op het snijvlak van zorg en sociaal domein.
Van ego naar ecosysteem betekent: minder denken vanuit afzonderlijke organisaties en hun aanbod en meer vanuit wat iemand nodig heeft om verder te komen. Dat vraagt van professionals, ervaringsdeskundigen, bestuurders en organisaties om over grenzen heen te kijken en ruimte te maken voor andere vormen van kennis en ondersteuning.
Herstel begint daarbij bij verbinding. Soms kan één persoon die iets anders in jou ziet dan je zelf op dat moment kunt zien, al verschil maken. Mensen zijn bovendien niet alleen ontvanger van ondersteuning, maar kunnen ook iets voor een ander betekenen.
Dat vormde een passende basis voor de gesprekken die volgden: hoe maken we van alle kennis, mensen en initiatieven in Zuid-Limburg daadwerkelijk één netwerk rond de inwoner?
Met de werkvorm Over de streep brachten Sandra en Michiel vervolgens letterlijk beweging in de zaal. Aan de hand van stellingen over onder meer formele en informele ondersteuning, ervaringsdeskundigheid, familie en naasten en het centraal stellen van de inwoner, werd zichtbaar hoeveel verschillende achtergronden en perspectieven aanwezig waren. Die diversiteit is waardevol, maar onderstreepte ook waarom verbinding nodig is.
Vijf thema’s, één gezamenlijke opgave
Daarna gingen de deelnemers uiteen rond vijf thema’s. Peter Beckers begeleidde het gesprek over het verbinden van formele zorg, Michiel Verheul over informele ondersteuning, Marjolein Pel over familie en naasten, Sandra Schumans over de positionering van ervaringsdeskundigheid en Suzanne Koperberg over borging en toekomst.
Iedere groep onderzocht wat er al gebeurt, waar de inwoner nog vastloopt, welke verbinding ontbreekt en welke vervolgstap nodig is. Over de verschillende thema’s heen ontstond een duidelijke gezamenlijke lijn.
Er is veel – maar het is nog onvoldoende zichtbaar
Een belangrijke conclusie was dat Zuid-Limburg niet vanaf nul begint. Er zijn al veel initiatieven, voorzieningen, professionals en ervaringsdeskundigen actief. Het probleem is vooral dat inwoners – en soms ook professionals – onvoldoende weten wat er is en waar het te vinden is.
In de gesprekken over formele en informele ondersteuning werden versnippering, bureaucratie, regionale verschillen, verschillende financieringsstromen en onduidelijkheid over verantwoordelijkheden genoemd. Daartegenover stond een heel praktische behoefte: elkaar kennen en weten wie je kunt bellen. Niet alleen een sociale kaart, maar ook persoonlijke contacten en korte lijnen.
“De inwoner hoeft niet te weten waar de organisatiegrenzen liggen; wij moeten zorgen dat de weg naar ondersteuning eenvoudig is.”
Ook rond ervaringsdeskundigheid is er al veel aanbod en kennis, maar deze zijn versnipperd en niet overal voldoende zichtbaar. Deelnemers benoemden de behoefte aan meer overzicht, verbinding en uitwisseling, maar ook aan scholing, intervisie en aandacht voor de positie van ervaringsdeskundigen binnen organisaties.
De gewenste beweging gaat verder dan ervaringsdeskundigheid ergens aan toevoegen. Ervaringskennis moet als eigen en volwaardige kennisbron worden meegenomen naast professionele en wetenschappelijke kennis. Een concrete eerste stap is elkaar ontmoeten, best practices uitwisselen en elkaar beter weten te vinden.
Familie en naasten spelen in alle fasen van herstel een belangrijke rol, maar krijgen binnen de zorg nog niet altijd de aandacht die daarbij past. Tegelijkertijd kan de belasting voor naasten groot zijn. Bestaande initiatieven, zoals familiekamers en familie-ervaringsdeskundigheid, kunnen beter zichtbaar en met elkaar verbonden worden. Een concreet idee is het aanbod voor familie en naasten beter te ontsluiten, bijvoorbeeld via een sociale kaart, en hierover een vervolggesprek te organiseren.
“Familie en naasten zijn geen toeschouwers, maar een belangrijk onderdeel van het herstelproces.”
In de workshop Borging en toekomst keek Suzanne met deelnemers verder vooruit. Samenwerking opbouwen is één ding; zorgen dat deze ook na tijdelijke programma’s en financiering blijft bestaan, is de volgende uitdaging. De ambitie is dat wat nu wordt opgebouwd ook na de subsidieperiode eind 2027/medio 2028 doorgaat.
Borging is daarbij niet alleen een financieel vraagstuk. Deelnemers noemden het belang van een gedragen visie, structurele samenwerking, ruimte voor ontmoeting en mensen met passie, missie en eigenaarschap. Ook het zichtbaar maken van resultaten en succesverhalen kan helpen om de beweging groter en duurzamer te maken.
De gewenste beweging werd treffend samengevat als: van organisatiebelang naar maatschappelijk belang.
De gezamenlijke oogst: kennen, verbinden en doen
Tijdens de gezamenlijke oogst werden de inzichten uit de groepen, de ontbrekende verbindingen en mogelijke vervolgstappen weer bij elkaar gebracht. De rode draad was duidelijk: er is al veel. De volgende stap is niet automatisch méér organiseren, maar beter verbinden wat er is.
Dat vraagt om zichtbaarheid en vindbaarheid van aanbod, elkaar persoonlijk kennen, korte lijnen tussen formele en informele ondersteuning, een stevige positie voor ervaringskennis en familie en naasten, en structurele borging van de samenwerking.
Maar vooral ook om in beweging te komen. Niet wachten tot structuren volledig zijn ingericht, maar zelf de verbinding leggen: iemand bellen, een initiatief bezoeken, kennis delen, een warme overdracht organiseren of een vervolggesprek starten.
Aan het einde van de bijeenkomst werd de blik daarom bewust naar voren gericht. Deelnemers werden uitgenodigd om na te denken over vragen als: Wat kan ik of mijn organisatie brengen? Waar wil ik na vandaag bij betrokken blijven? En wat kunnen we elkaar aanbieden?
Daarmee kwam de middag terug bij de vraag waarmee hij begon: waar kan ik terecht?
Het antwoord daarop moet voor een inwoner uiteindelijk zo eenvoudig mogelijk zijn. Niet omdat één organisatie alles kan bieden, maar omdat organisaties, professionals, ervaringsdeskundigen, familie en naasten en informele netwerken elkaar weten te vinden.
Ervaringskennis als kompas, verbinding als uitgangspunt. Van ego naar ecosysteem dus: niet méér naast elkaar organiseren, maar samen beter benutten wat Zuid-Limburg al in huis heeft.
