Paulien van Mierlo over de kracht van Buurtteams Heerlen
Directeur van Buurtteams Heerlen
Paulien van Mierlo is directeur van Buurtteams Heerlen, onderdeel van Incluzio, dat de WMO-begeleiding en welzijnstaken voor de gemeente Heerlen uitvoert. Ze werkte eerder vooral voor gemeenten, meestal binnen de WMO of de Jeugdwet, als projectleider of programmamanager. Zo kwam ze in aanraking met het sociaal domein. Ook deed ze al opdrachten voor Incluzio, tot ze twee en een half jaar geleden werd gevraagd eindverantwoordelijke te worden voor de organisatie in Heerlen. Dat was een stormachtige fase: tegelijk met de opstart van de verkennende gesprekken bouwde ze aan de nieuwe organisatie Buurtteams Heerlen.
We spraken met Paulien over de rol van gemeenten in mentale gezondheid, de kracht van wijkgericht werken en wat andere Zuid-Limburgse gemeenten kunnen leren van de aanpak in Heerlen.
Mentaal Gezond Zuid-Limburg is meer dan een zorgtransformatie. Waarom zijn gemeenten onmisbaar in deze beweging?
“Gemeenten staan aan de lat voor de inwoner. Ze zijn opdrachtgever voor de organisaties dieo.a. het welzijnswerk en de Wmo uitvoeren, maar in de bredere context staan ze aan de lat voor de inwoner en alles wat daarbij komt kijken.”
Gemeente Heerlen zit heel duidelijk op het ‘wat’, en wij hebben als uitvoeringsorganisatie de autonomie om het ‘hoe’ te bepalen. Daarin trekken we wel heel nauw met elkaar op. We hebben een samenwerking die ons veel ruimte geeft om te doen wat nodig is. Onze mensen uit de praktijk kunnen uitvoeren wat nodig is om het goede te doen.”
Wat maakt Buurtteams Heerlen anders dan de traditionele toegang tot ondersteuning?
“Heerlen heeft ervoor gekozen om welzijn en WMO-begeleiding in één hand te leggen. Je ziet dat professionals die uit verschillende hoeken komen, bij elkaar komen: met één been in welzijn en één been in WMO-begeleiding. Zo ontstaan multidisciplinaire teams en vloeit welzijn en begeleiding in elkaar over.
Je ziet professionals transformeren van iemand die bijvoorbeeld 27 individuele casussen draaide, naar iemand die veel meer wijkgericht en preventief bezig is. Dat is typisch voor gemeente Heerlen. Incluzio kiest er bewust voor om opdrachten te doen waarbij deze manier van werken past. We geloven hier echt in en hebben een sterke visie op hoe je transformeert.”
Kun je ons meenemen in hoe dat transformeren precies gaat?
“We werken vanuit de transformatiedriehoek. Het eerste punt is wijkgericht werken: wat heeft deze specifieke wijk nodig? Het tweede is collectief, tenzij: we werken ernaar toe dat de collectieve aanpak de standaard is, niet individuele begeleiding, want daarmee bouw je aan samenredzaamheid en verbinding in de wijk. Het derde is digitaal, tenzij: we zoeken continu naar hybride vormen van hulpverlening, ook om professionals meer ruimte te geven en om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten. Hier zijn we voortdurend mee bezig; de vraag is steeds hoe we dit verder kunnen intensiveren.”
Welke rol spelen de wijk en het sociale netwerk in herstel?
“De wijk speelt een hele belangrijke rol om te voorkomen dat het bij mensen zo ver komt; het heeft echt een preventieve werking. In de ideale wereld wil je dat mensen naar elkaar omkijken. Bij herstel gaat het ook om ergens te kunnen landen en ergens onderdeel van zijn. Het is een soort vangnet.”
Hoe lang vinden de verkennende gesprekken in Heerlen al plaats?
“In Zuid-Limburg is de eerste lichting verkenners getraind in juni 2024, en daar zaten al mensen van ons bij. Dus inmiddels ruim twee jaar.”
Heerlen loopt voorop met de verkennende gesprekken. Welke lessen kunnen andere gemeenten daaruit halen?
“Onze kracht zit erin dat we WMO en welzijn in één opdracht hebben. Dat helpt echt bij het maken van keuzes. Soms is het ook gewoon de mouwen opstropen en doen, en zorgen dat je het mogelijk maakt. Wij vonden het zodanig relevant en onze taak om hierin mee te gaan.
In andere regio’s zie je dat welzijn en WMO-begeleiding los van elkaar georganiseerd zijn. Dan moeten die partijen eerst met elkaar uitzoeken hoe ze het gaan doen, en heeft de gemeente daar ook nog een mening over. Als het samen is, hoef je dat gesprek over wie wat doet niet te voeren.
Suggestie:
Omdat welzijn en Wmo-begeleiding in Heerlen binnen één opdracht zijn samengebracht, waren de uitgangspunten voor samenwerking en taakverdeling vanaf de start duidelijk. Daardoor kon de focus snel komen te liggen op de uitvoering, in plaats van op het verder uitwerken van rollen en verantwoordelijkheden tussen verschillende partijen.
Mijn advies: begin al met een paar gesprekken. Ga gewoon doen, en kijk wat er gebeurt en wat zich ontwikkelt.”
Kun je meer vertellen over de kracht van vrijwilligers en buurtinitiatieven?
“Voor de GGZ lijkt dit onbekend terrein. Toen we begonnen, namen we 17 locaties over: buurtpunten en activiteitenpunten. Inmiddels zijn dat er al 24.. Als je heel collectief wilt werken, heb je vierkante meters nodig; individuele begeleiding heeft dat minder nodig. Bij collectief werken moeten mensen ook naar je toekomen, en dat activeert. De maatschappelijke druk wordt steeds zwaarder en complexer en dat zie je terug in de ondersteuningsvragen waarin ook veiligheidsissues spelen, dus we moeten ook goed op onze medewerkers letten. Daarom willen we ernaartoe dat, waar mogelijk, de eerste gesprekken op locatie plaatsvinden alvorens op huisbezoeken te gaan, en daar heb je ook weer vierkante meters voor nodig.”
Hoe kunnen inwoners elkaar meer ondersteunen voordat problemen escaleren?
“We hebben buurtopbouwwerkers die proberen mensen met elkaar te verbinden. Dat heeft echt een preventieve werking. Zo hebben we bijvoorbeeld een community op locatie voor mensen met een neurodiversiteit die nagenoeg de hele week open is: daar komen mensen met bijvoorbeeld ADHD samen, kunnen ze binnenlopen, meedoen en elkaar ontmoeten. Doordat ze elkaar ontmoeten, kunnen ze elkaar helpen en ontstaan er verbindingen.. Mensen hebben wat voor elkaar over, en zo kunnen ze meer op elkaar gaan leunen.”
Waar ben je het meest trots op als je kijkt naar de ontwikkeling van Buurtteams Heerlen en Mentaal Gezond Zuid-Limburg?
“Op de drive van onze medewerkers, en hoe dicht zij bij de inwoner staan. Ze voelen heel goed aan waar de behoefte van inwoners écht ligt en pakken de professionele autonomie die ze binnen de kaders van de opdracht hebben. Ze staan echt in verbinding met de inwoner. Doordat professionals de ruimte krijgen, worden zaken snel gerealiseerd. Er ontstaan nuttige dingen met echte toegevoegde waarde.”
Het lijkt een geoliede machine. Wat is hiervoor nodig geweest, en wat vraagt deze samenwerking?
“Het vraagt goed opdrachtgeverschap vanuit de gemeente: wat willen we op de lange termijn bereiken? We hebben een goede samenwerking met de gemeente en met partners. Vanaf de start hebben we bepaalde dingen kunnen transformeren waardoor middelen vrijkwamen, en konden we extra initiatieven en mensen inzetten. Binnen het vaste budget hebben we middelen kunnen verschuiven om dit goed vorm te geven. De middelen voor het sociaal domein zijn beperkt, en dat heeft juist geholpen om scherpe keuzes te maken in de opdracht.”
Als je kijkt naar de Zuid-Limburgse gemeenten, wat zou je willen meegeven om de transformatie te laten slagen?
“Het gaat om zestien gemeenten, en iedere gemeente heeft zijn eigen dynamiek. Overkoepelend zijn er wel afspraken gemaakt. Wat echt belangrijk is: dat je met elkaar een gedeelde visie hebt die de lange termijn onderschrijft. In zo’n groot programma is het bijna onmogelijk om alles te kunnen bevatten wat er gebeurt, en naast het programma loopt ook nog een je basis opdracht. Dat maakt het lastig. De vraag is steeds: wat is er nodig om heel praktisch dingen voor elkaar te krijgen? Er wordt veel gepraat, maar misschien is dat ook nodig om er samen goed uit te komen. Het is groot, er zijn veel mensen bij betrokken, en er is geen perfect antwoord.
Gemeenten spelen een sleutelrol in het organiseren van een sterke sociale basis. De ervaringen in Heerlen kunnen daarbij een voorbeeld zijn voor andere gemeenten. Mentale gezondheid is niet alleen de verantwoordelijkheid van de GGZ, maar van de hele maatschappij en van gemeenten. Doordat gemeente Heerlen de opdracht zo heeft ingericht, hebben wij slagkracht.”
Wanneer is MGZL voor jou echt geslaagd?
“Als je ziet dat de zorg en ondersteuning overal een tandje afschaalt: van GGZ naar WMO-begeleiding, van WMO naar welzijn en wat daaraan voorafgaat, met bijvoorbeeld een sterke community. Als iedereen een laag kan afschalen, maken we de beweging naar voren écht waar. Er zullen altijd mensen blijven die meer nodig hebben dan een sterke buurt, maar als dat aantal kleiner is dan nu, heb je al winst.
We willen toe naar een veerkrachtige samenleving, en dat proberen we ook op deze manier te bewerkstelligen: inwoners en wijken veerkrachtiger maken. We experimenteren nu met een sociale-basisapp, waarin de inwoner echt eigen regie kan pakken en kan verbinden met wie diegene nodig heeft. Onze collega’s in de wijk geloven hier echt in. En dat leidt uiteindelijk allemaal tot minder druk op huisartsen en de GGZ.”
Interviews
Interviews
Interviews