Samenwerking is noodzakelijk, maar vraagt tijd, maatwerk en de bereidheid om door elkaars bril te kijken.
Programmamanager GGZ ZIO
‘Je kunt het eigenlijk alleen maar samen doen’
Hoe zorgen we ervoor dat mensen met mentale klachten sneller ondersteuning krijgen die echt bij hen past? Voor Nadine Mouchart ligt een belangrijk deel van het antwoord in samenwerking. Samenwerking tussen huisartsenzorg, ggz en het sociaal domein. Niet als tijdelijk project, maar als een beweging die de komende jaren verder moet groeien.
Nadine werkte sinds 2019 bij ZIO, de huisartsenzorggroep in Maastricht-Heuvelland. Vanaf het begin was zij betrokken bij de ontwikkeling van het transformatieplan in Zuid-Limburg en vertegenwoordigde zij daarin de huisartsenzorg. Inmiddels is Nadine niet meer werkzaam bij ZIO. Zij is programmamanager GGZ en Versterken Eerstelijnszorg.
Voortbouwen op ervaring in Maastricht-Heuvelland
Binnen Maastricht-Heuvelland was al ervaring opgedaan met deze manier van werken. In een aantal huisartsenpraktijken werden al enkele jaren herstel ondersteunende consulten gevoerd. Wat we nu het verkennend gesprek noemen, bestond daar in feite dus al.
“We zagen in de praktijk dat deze manier van werken goed werkte.”
Toen de oorspronkelijke projectfinanciering stopte, besloten de betrokken professionals daarom door te gaan. “Ze merkten: dit werkt zo goed, hiermee willen we niet stoppen. Samen met de betrokken netwerkpartijen zijn we vervolgens gaan kijken hoe we deze werkwijze konden uitbreiden naar meer huisartsenpraktijken, meer organisaties en voor de hele regio Zuid-Limburg. Daaruit is uiteindelijk het uniforme instroommodel ontstaan.”
Een beweging die verder gaat dan het transformatieplan
“Wat we doen is veel meer dan een paar nieuwe interventies invoeren. We proberen een nieuwe beweging te creëren. Het transformatieplan helpt om die beweging op gang te brengen, maar als het plan straks is afgerond, zijn we er nog niet. Dan zijn we eigenlijk pas begonnen.”
Volgens Nadine vraagt veranderen tijd. De huisartsenpraktijken die al langer op deze manier werken, zijn daar een goed voorbeeld van. Ook na negen jaar blijven zij evalueren en hun werkwijze aanpassen. “De wereld verandert, organisaties veranderen en je leert voortdurend. Soms probeer je iets en werkt het niet. Dan stel je bij en ga je verder.”
De huisarts als belangrijke plek voor mentale gezondheid
“Veel mensen die met mentale klachten bij de huisarts komen, worden daar al geholpen. De huisarts en de POH-GGZ vangen samen veel vragen op. Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn voor wie een verwijzing naar de ggz nodig is. Dat is ook goed.”
Tegelijkertijd ziet Nadine dat de vragen complexer worden. Mensen hebben bijvoorbeeld niet alleen psychische klachten, maar ook te maken met eenzaamheid, financiële problemen, problemen thuis of andere omstandigheden die invloed hebben op hun mentale gezondheid.
“Daarom wordt de verbinding met het sociaal domein steeds belangrijker. Niet iedere vraag vraagt om een medische oplossing.”
Een netwerk rondom de inwoner
Die verbinding tussen huisartsenzorg, ggz en sociaal domein krijgt steeds meer vorm. In Maastricht-Heuvelland hebben veel huisartsenpraktijken inmiddels bijvoorbeeld een vaste maatschappelijk werker en een vast aanspreekpunt voor Welzijn op Recept. Daarnaast zijn er verbindingen met de verkennende gesprekken en andere vormen van overleg.
Zo ontstaat een netwerk rondom de huisartsenpraktijk én rondom de inwoner.
“De verschillende onderdelen moeten geen losse werelden zijn. Ze moeten elkaar aanvullen en in elkaar overvloeien. Dan ontstaat een netwerk waarin je samen kijkt: wat heeft iemand daadwerkelijk nodig?”
Eén gezamenlijke basis, met ruimte voor lokale verschillen
“Iedere praktijk is anders. De inwoners die er komen zijn anders en ook tussen wijken en gemeenten zijn grote verschillen.”
Juist daarom vindt Nadine het belangrijk dat er ruimte blijft voor maatwerk. In een praktijk waar bijvoorbeeld veel mensen met een licht verstandelijke beperking komen, kan het logisch zijn om expertise op dat gebied structureel aan te laten sluiten. In een andere praktijk kan iets heel anders nodig zijn.
“We hebben dan wel een uniform instroommodel, maar je kunt niet alles uniform maken. Je hebt gezamenlijke uitgangspunten nodig, maar daarbinnen moet ruimte blijven om te doen wat lokaal nodig is.”
Ze vergelijkt het met een kleurplaat. “De kleurplaat kan in Zuid-Limburg hetzelfde zijn, maar de kleuren die we gebruiken mogen per regio verschillen. Heerlen is anders dan Maastricht en Vaals weer anders dan Eijsden. Die verschillen moet je niet wegpoetsen. Daar zit juist kracht in.”
Instroom, doorstroom en uitstroom met elkaar verbinden
Nadine ziet dat er aan de voorkant al veel verandert. Huisartsen en POH’s-GGZ kijken breder naar mentale klachten en de samenwerking met het sociaal domein groeit. De volgende stap is volgens haar om die ontwikkeling te verbinden met wat er binnen de ggz gebeurt.
“Het transformatieplan richt zich sterk op de instroom. Tegelijkertijd zijn ggz-organisaties bezig met de doorstroom en uitstroom. Als die drie goed op elkaar gaan aansluiten, kunnen we echt resultaten gaan zien.”
Dat is ook belangrijk voor de wachttijden. Want hoe langer iemand wacht, hoe groter de kans dat zijn of haar situatie ondertussen verandert. Een advies dat bij een verkennend gesprek passend was, kan maanden later minder goed aansluiten.
“Als instroom, doorstroom en uitstroom beter op elkaar aansluiten, kunnen de wachtlijsten hopelijk korter en in ieder geval beter behapbaar worden.”
Door elkaars bril leren kijken
Voor professionals heeft Nadine vooral één boodschap: zoek elkaar op. De problemen waarmee mensen te maken hebben zijn vaak complex en het aanbod aan zorg en ondersteuning is groot. Niemand kan alles weten of overzien.
“Daarom hebben we elkaars kennis en expertise nodig.”
Dat betekent ook dat professionals soms los moeten durven komen van hun eigen organisatie of achtergrond. “Kijk eens in de keuken van een ander en probeer te begrijpen waarom iemand vanuit een andere sector anders naar een vraag kijkt.”
Samenwerken klinkt eenvoudig, maar vraagt in de praktijk om blijven luisteren en doorvragen.
“Iedereen zit met de juiste intenties aan tafel. Maar je moet elkaar blijven vragen: wat bedoel je precies? Hoe ziet jouw wereld eruit? Een huisarts kijkt anders dan iemand uit de ggz en iemand uit het sociaal domein kijkt weer anders. Je moet af en toe door elkaars bril durven kijken. Dan begrijp je ook waarom je soms iets anders moet organiseren.”
En daarvoor is tijd nodig. “Ik hoop dat we elkaar die tijd blijven gunnen. Want dan komen we er wel.”
Interviews
Interviews
Interviews